Archive for the 'Digital media' Category
We zitten midden in de recessie. Toch is onmiskenbaar een nieuwe internetbubble in de maak; de waarderingen van online bedrijven gaan door het dak.
Facebook kocht onlangs Instagram voor 1 miljard dollar. Niet slecht voor een bedrijf van 13 mensen dat pas 2 jaar bestaat en nog geen inkomsten heeft. Maar goed, voor Facebook is het maar 1% van de verwachte waardering voor hun eigen beursgang. En Instagram heeft in zijn korte bestaan meer dan 30 miljoen gebruikers weten aan te trekken.
Nog zo’n verhaal is Drawsomething, dat werd verkocht aan Zynga, bekend van de spelletjes op Facebook. Voor $210 miljoen ($180 miljoen plus een $30 miljoen earn out). Niet veel? Wel veel voor een bedrijf dat pas 6 weken bestond. Drawsomething is dan ook het snelst groeiende mobiele spelletje ever. Binnen 5 weken was het het grootste spel op Facebook. In 50 dagen is het 50 miljoen keer gedownload. Op piekmomenten worden meer dan 3.000 tekeningen per seconde gemaakt. Inmiddels zijn in totaal al meer dan 6 miljard tekeningen gemaakt.
Eerlijk gezegd is Drawsomething allesbehalve spectaculair. Maar je moet wel je vrienden uitnodigen om het te kunnen spelen en daarmee verspreid het snel. Draw something is een duidelijk voorbeeld van een social game. Je kan niet winnen, het is puur tijdverdrijf. En niets groeit zo hard als social games. De driver achter die groei zijn vrouwen. Dat vrouwen veel gamen is inmiddels geen nieuws meer, maar onlangs werd bekend dat dit ook voor mobiele spelletjes geldt. Vrouwen besteden daar steeds meer tijd aan; 27% van de vrouwen boven de 30 speelt meer dan 3 uur per dag spelletjes via de mobiel. Bij mannen is maar 18% zo fanatiek. De helft van de vrouwen geeft aan meer te spelen dan vorig jaar. Vrouwen van 25 tot 34 geven bijna twee keer zo veel geld uit aan mobile games dan mannen.
In casual en mobile gaming maken vrouwen dus de dienst uit. Aan hen hebben we de nieuwe internethype te danken. Of deze bubble binnenkort ook uiteenspat? Misschien dit keer niet. Omdat we inmiddels gewend zijn te betalen voor digitale content en diensten. Maar vooral omdat vrouwen dit keer ook aan boord zijn.
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
De tijd dat op internet alleen maar boeken en cd’s werden verkocht is definitief voorbij. Nu vrouwen massaal aan het webshoppen zijn worden ineens ook heel andere dingen online verkocht; mode, schoenen, leuke dingen voor je huis. En dus moeten ook de luxemerken eraan geloven.
Jarenlang vonden zij het internet maar niets. Veel te gewoontjes, lelijk vormgegeven en vooral heel eng; al die consumenten die zich ineens met je merk gaan bemoeien, brrr. En dus deden ze alsof het internet gewoon niet bestond; de meeste sites van luxemerken zagen er lange tijd beschamend slecht uit en van de merkbeleving was online niets terug te vinden.
Maar met al die webshoppende vrouwen is dat niet meer vol te houden. Vooral rijke, hoogopgeleide vrouwen blijken veel tijd online door te brengen en daar ook veel te besteden. Op netaporter.com worden jurkjes verkocht van ruim boven de € 10.000 (de duurste op dit moment is € 17.595). Klanten die zulke producten bestellen verwachten natuurlijk meer dan een knullige site waar je niets mee kan. En dus zijn luxemerken inmiddels aan het experimenteren met internet, social media en e-commerce. Maar hoe vertaal je de brand experience die merken als Hermes, Luis Vuitton en Chanel in het echte leven zo hebben geperfectioneerd naar digitale media, waar iedereen even snel wat wil zien en zo weer weg is - of tussen 2 mailtjes door even een blik op je site werpt?
Sociale media blijken daarbij enorm belangrijk; daar delen mensen hun mening over het merk en beinvloeden daarmee hun vrienden. Online shopping wordt een steeds socialere activiteit.
Via sociale media ga je niet alleen in gesprek met je klanten, maar ook met consumenten die je merk wel zouden willen, maar niet kunnen kopen. En dat blijkt juist een heel interessante groep. Het zijn de mensen die met een nagellakje van Chanel een klein stukje van de glamour van Chanel kopen, terwijl een Chanel mantelpakje ver buiten hun mogelijkheden ligt. Waarschijnlijk komen ze nooit in een Chanel winkel, dus vaak is internet de enige plek waar ze in contact kunnen komen met het merk. Als je erin slaagt om deze aspirationele groep ook echt bij je merk te betrekken, dan kan hun verlangen versterkend werken voor potentiele kopers. Op sites als Lookbook.nu zie je dat duidelijk terug. Onder elke foto staan vooral commentaren als: ‘ohmygawd, so beautiful!’, de meeste waarschijnlijk afkomstig van jonge meisjes die heel graag een echte Birkin bag zouden willen kopen, maar het voorlopig moeten doen met de H&M versie.
Of neem de Facebook pagina van Gucci;, met meer dan 5 miljoen fans. Veel daarvan kunnen zich waarschijnlijk helemaal geen Gucci spullen veroorloven, maar dat weerhoudt ze er niet van om actief mee te doen; op elke update komen ongeveer 4000 likes en een paar honderd reacties. Juist door het merk open te stellen voor iedereen heeft Gucci een actieve community opgebouwd die ‘lust for the product’ kweekt, ook bij mensen die wel € 2500 voor een jasje willen uitgeven.
Luxemerken kunnen dus wel degelijk succes hebben online. Sterker nog, ze hebben daar een geweldige kans om het verhaal achter hun bijzondere producten te vertellen. Daarmee versterk je het verlangen naar zo’n product. Niemand telt toch zo maar € 6500 tot € 100.000 neer voor de Birkin bag? Dat doe je alleen als je weet wie ‘m allemaal hebben, hoe lang Hermes erover doet om ‘m met de hand te maken en dat Grace Kelly ‘m destijds gebruikte om haar zwangerschap te verbergen voor de paparazzi. Dat is waarom vrouwen zo’n tas willen hebben.
Dit verhaal in digitale media vertellen is heel wat anders dan in print.
In print hoef je alleen te letten op de fotografie en de opmaak, als je dat online doet maak je een grote fout. Een site kan er mooi uitzien, maar als hij slecht werkt, ergert dat consumenten.
Daar ligt de echte uitdaging; voor succes in digitale media is kennis van die wereld onontbeerlijk. Door het jarenlange aarzelen hebben luxemerken een kennisachterstand en moeten ze nu dubbel hard werken om die in te halen.
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
Marianne van Leeuwen on January 11th 2012 in Digital media, Online shopping
Google+, het nieuwe sociale netwerk van Google, is nog maar net gelanceerd en is nu al een hype. Sinds de introductie eind juni al meer dan 25 unieke bezoekers getrokken en is daarmee volgens comScore het snelst groeiende sociale netwerk ooit. Google+ groeit nu met ongeveer 1 miljoen bezoekers per dag. En dat terwijl het product nog niet eens officieel is gelanceerd; het draait nog steeds in beta. Bovendien is het niet eens makkelijk om een account te krijgen; daarvoor heb je een invite nodig. Misschien is dat laatste wel de reden voor het succes; schaarste maakt immers hebberig.
Alle reden voor Google dus om tevreden te zijn: eindelijk succes op social media gebied (naast megasucces Youtube dan). Daar waren veel probeersels voor nodig: onder meer Orkut, Blogger, Jaiku, Picasa, Google Friend Connect, Dodgeball, Google Latitude, Google Lively, Google Buzz en Google Wave. Allemaal opgedoekt of ondergesneeuwd na opkomst van sterke concurrenten. De 2 grootste flops waren Orkut en Google Wave. De laatste werd niet eens zo lang geleden gelanceerd: halverwege 2009. Tijdens de beta daarvan werd overigens ook gevochten om invitations, maar vervolgens gebeurde er niets. Niet zo vreemd volgens mij want Google Wave was ondoorgrondelijk voor een normale gebruiker die geen zin heeft om zich te gaan verdiepen in de werking.
Die fout hebben ze met Google+ niet gemaakt. Hoewel… het aanmelden is niet alleen moeilijk, maar voor veel mensen zelfs onmogelijk. Vul je niet je echte naam in, dan word je er meteen uitgemikt. En heb je een Google apps account, dan wordt de toegang je ook ontzegd. Juist mensen die betalen voor Google diensten worden dus aan de poort geweigerd. Maar goed, het is dan ook nog een beta.
Gelukkig heeft Google+ veel echt interessants te bieden. Circles bijvoorbeeld, waarmee je je contacten kunt indelen in verschillende groepen. Dat is volgens mij een revolutie. Tot nu toe werden al je contacten altijd op 1 hoop gegooid. Voor je het weet lezen allerlei collega’s of vage kennissen van je middelbare school je berichten mee. Dat maakt berichten posten weleens moeilijk; je wilt niet voor iedereen hetzelfde posten. Bij Google+ bepaal je zelf wie wat mag lezen. En anderen zien niet in welke kring je ze hebt ingedeeld. Zo kan je foto’s van uitbundige feestjes alleen aan je vrienden sturen en krijgen je zakelijke contacten die niet te zien.
Naast deze killer feature heeft Google+ nog een paar nuttige toevoegingen. Bijvoorbeeld Hangouts, een video chat service waarmee je met 10 vrienden tegelijk kunt chatten. En ook heel fijn: je kan een status update achteraf nog wijzigen. Dat kan heel wat reputatieschade voorkomen.
Moeten Facebook en LinkedIn al bang worden? Op termijn wel denk ik. Maar zover is het nog niet. Het is de vraag of de huidige groei door zal zetten. Volgens veel social media experts is daarbij vooral van belang dat Google+ vrouwen aan boord weet te krijgen, die zijn namelijk veel actiever op sociale netwerken dan mannen.
Dat leek aanvankelijk totaal niet te lukken; de eerste cijfers gaven aan dat zo’n 87% van de Google+ gebruikers man waren. Nu blijkt echter dat dit helemaal niet klopte;. Volgens nieuwe schattingen is ongeveer 33% van de Google+ gebruikers vrouw. Dat geeft aan dat vrouwen, die tot nu toe bepaald niet als early adopters bekend staan, er tegenwoordig beduidend sneller bij zijn.
Nu nog zorgen dat ze er ook iets te doen hebben. Voor het echte succes is de zogenaamde ‘dwell time’ bepalend, de tijd die mensen in het netwerk doorbrengen. Een stap in de goede richting is dat Google deze week games heeft geintegreerd. De dwell time op Google+ ligt nu rond de 5 minuten, voor Facebook is dat rond de 55 minuten. Google+ heeft nog een lange weg te gaan dus.
Deze column werd ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
Marianne van Leeuwen on November 22nd 2011 in Digital media, Facts and figures, Uncategorized
Was je vroeger al gelukkig met een fotootje op een website, tegenwoordig ligt dat heel anders. Met de toename van breedband wordt video kijken voor steeds meer mensen mogelijk. Op Youtube worden inmiddels twee miljard filmpjes per dag gekeken. Het maken daarvan is allang niet meer voorbehouden aan professionals, zelfs kinderen kunnen tegenwoordig hun eigen videootjes uploaden. En dus wordt elke minuut voor 48 uur aan videomateriaal op Youtube gezet. Video is sowieso tegenwoordig de belangrijkste bezigheid op internet, zelfs groter dan sociaal netwerken. En dat geldt voor alle leeftijdsgroepen. Volgens Nielsen groeit online video elk jaar met 10%. Mobiel draagt daar sterk aan bij.
Maar de grootste drivers van die groei zijn…. vrouwen van 25 tot 44 jaar. Vrouwen hebben – net als bij de adoptie van internet – even gewacht voordat ze online video gingen kijken, maar zijn er nu echt aan verslingerd. Net als aan sociale netwerken. Vandaar dat de helft van de video’s die vrouwen kijken op sociale media platforms staan. Dat is 11% meer dan mannen. Vrouwen laten zich dus vooral inspireren door anderen in de keuze van een filmpje dat ze bekijken.
Maar wat kijken vrouwen dan zoal online? Vooral entertainment. En dan liefst iets vrolijks; vrouwen blijken een voorkeur te hebben voor ‘blije video’s’: een schattige pianospelende kat, iets leuks of gewoon grappige situaties. Waarschijnlijk is dat omdat vrouwen het tegenwoordig chronisch druk hebben. Even tussendoor een online videootje kijken werkt goed als ontspanning. Daarvoor werkt mainstream media content kennelijk het best. Mannen zijn meer van de user generated content, vrouwen doen daar minder aan.
Nuttige content wordt ook goed bekeken. Vandaar dat sites als Videojug ongekend populair zijn. Je vindt daar onder het motto ‘Get good at life’ meer dan 60.000 how to filmpjes, van ‘how to remove armpit hair’ tot how to treat your child’s earache? how to fix a broken nail? Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een instructievideo voor.
Ook voor recepten barst het natuurlijk van de online video’s. iPad in de keuken en je bent klaar, een stuk handiger dan dat gehannes met geprinte recepten.
Volgens Nielsen ‘snacken’ vrouwen gedurende de dag verschillende online videofragmenten. Vrouwen die werken kijken evenveel als vrouwen die thuis zijn. En bij beide groepen verandert de houding in de loop van de dag; ’s morgens wordt gericht gezocht naar bijvoorbeeld nieuws en wordt efficiënt gekeken. Door de dag heen is er meer aandacht voor functionele video’s en voor entertainment: how to’s, video’s op online shopping sites en games worden af en toe en door elkaar heen bekeken. Aan het eind van de dag, als de fut er een beetje uit raakt, zijn vrouwen vooral in voor video’s die inspiratie geven. Als het maar kort en leuk is. Dat geldt helemaal voor kijken op de mobiel.
1 op de 10 gebruikers van een smartphone doet dat nu al (en verstookt daar naar schatting 38% van het totale datavolume op mobiele netwerken mee…). De meeste filmpjes die worden opgevraagd zijn rond de 5 minuten. Daarvan wordt meestal niet meer dan een minuut bekeken. Dat valt qua tijd nog mee dus. Maar wat als we nu ook nog gaan videochatten? Dan explodeert het gebruik van video pas echt. Apple heeft nu al standaard 2 camera’s ingebouwd in de iPhone en de iPad; 1 om mee te filmen en 1 voor videochat. Want als je kan bellen met beeld erbij, waarom zou je dan nog genoegen nemen met alleen een stem? En als vrouwen dan hun reputatie van langpraters hooghouden, dan worden ze de echte kampioenen van online video!
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
De tendens in de retail is onmiskenbaar: er zit weinig groei in de bricks, maar online des te meer. Het aandeel van online retail groeit hard. En de grootste driver van die groei zijn… vrouwen. Voor webshops zijn vrouwen dus een belangrijke groep om rekening mee te houden. Toch gebeurt dat nog niet vaak. De meeste webshops hebben jarenlang een vooral mannelijk publiek bediend. Bovendien zijn ze bijna altijd gemaakt door mannelijke programmeurs. Maar vrouwen shoppen online heel anders dan mannen.
Uit een uitgebreid onderzoek van Comscore blijkt dat mannen online heel doelgericht te werk gaan; ze zoeken een bepaald product en laten zich daar niet van afleiden. Mannen voelen zich in de bestaande online shops als een vis in het water. Alles is lekker efficient ingericht en als consument ben je machtig, namelijk goed geïnformeerd over product en prijs.
Vrouwen gaan meestal heel anders te werk. Die laten zich graag afleiden en breiden hun shop-missie continu uit. Op zoek naar een digitale camera kan je toch net zo goed even tussendoor een paar mooie laarzen bekijken? Ook moet er soms snel wat geregeld worden; wie haalt de kinderen op of wat gaan we dit weekend eigenlijk doen? Al die afleiding brengt vrouwen echter niet van hun missie af. Hun lijstje dijt steeds verder uit. Toch komen ze via allerlei omwegen steeds terug bij het oorspronkelijke doel.
Webshops die vrouwen willen bedienen moeten dus berekend zijn op die omwegen en afleiding. Hoe doe je dat?
Een ‘net bekeken lijstje’ kan van grote waarde zijn voor vrouwen. Daarmee kunnen ze makkelijker weer instappen na een omweggetje.
Makkelijk switchen tussen categorie overzichten en productpagina’s helpt ook, net als een hele overzichtelijke productpagina. Vrouwen houden er namelijk van om de productinformatie te scannen, terwijl mannen zich graag helemaal in de informatie ingraven. Vrouwen willen liefst in één oogopslag zien wat er nog meer te koop is binnen die categorie. Zoek je een leuk t-shirt, dan wil je meteen alle t-shirts zien.
Vrouwen zijn dus echte browsers. Ze zoeken niet gericht, maar laten zich graag inspireren om verder te klikken naar dingen die ze leuk of interessant vinden. Al browsend kom je steeds nieuwe content tegen en klik je van het een naar het ander. Dit is uiteraard wel een hobby die veel tijd kost, maar zo kom je wel veel leuke dingen tegen.
Helaas voor vrouwen zijn de meeste websites niet ingericht op browsen, maar vooral op zoeken. Met een zoekveld (wat het overigens meestal niet eens goed doet) en vaak eindeloze filternavigatie waarmee je tot in de puntjes kan preciseren wat je wilt. Maar om te kunnen zoeken moet je van tevoren al heel goed kunnen omschrijven waarom het gaat. Voor mensen die dat niet zo goed weten is de zoekfunctie één grote black box, waarvan ze nog maar moeten afwachten wat eruit komt. En het grootste deel van de mensen heeft bij het shoppen nu eenmaal geen duidelijk omschreven beeld van wat ze zoeken. Browsen kan dan uitkomst bieden. Je kan er je bezoekers mee inspireren en nieuwe dingen laten ontdekken.
Bij Amazon zie je het effect daarvan. Je komt voor 1 boek en je eindigt er met 10 in je winkelwagen. Al browsend ben je van alles tegengekomen, ook dingen waarvan je nog nooit had gehoord. Andere goede voorbeelden zijn Shopstyle, waar je kan browsen door het mode aanbod van ontelbare online shops en Like.com (onlangs overgenomen door Google), met ook allerlei browse mogelijkheden, vooral voor mode. Maar inspiratie werkt natuurlijk ook op andere gebieden. Muziek bijvoorbeeld. Pandora laat je nieuwe muziek kan ontdekken - inmiddels helaas alleen nog als je in de VS woont. Allemaal een stuk minder saai dan een zoekveldje intypen of allerlei filters instellen. Hopelijk is er binnenkort veel meer te browsen.
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
Op mijn werk noemen ze me Miss Webshop. Er arriveert hier namelijk elke dag wel een doos. Je kan het zo gek niet bedenken of ik bestel het tegenwoordig online: kattenbakvulling, sportschoenen, sokken, lampen, speelgoed. En natuurlijk kleding, veel kleding. Voor de kinderen en voor mezelf. Als ik ‘s avonds laat klaar ben met mijn werk ga ik vaak nog even een rondje webshoppen, zo handig! Geen gesleep met kinderen naar kledingwinkels, niet in de rij voor Sinterklaascadeau’s, geen gedoe met verstoppen van verjaarscadeau’s en als ik wil nieuwsbrieven met leuke nieuwe dingen. Ik heb het online shoppen helemaal ontdekt. En ik ben bepaald niet de enige. Niets groeit sneller dan online retail, zelfs tijdens de recessie. Het percentage van de totale retail is met 6% in Europa nog steeds klein, maar ook voor de komende jaren verwacht Forrester steeds een groei van 10%. In 2015 zouden we dan op een omzet van € 134 miljard uitkomen.
De grootste drivers van deze groei zijn vrouwen. Vrouwen shoppen nu eenmaal meer dan mannen - en dat doen ze dus allang niet meer alleen in de echte wereld, maar ook heel fanatiek online. De meeste vrouwen hebben het namelijk beredruk, zeker als ze werken en ook nog kinderen hebben. Dankzij het internet komen ze toch nog aan shoppen toe. Vaak wordt er online zelfs makkelijker geld uitgegeven dan in een echte winkel. Vrouwen doen online meer transacties en geven ook meer uit dan mannen. En hoewel vrouwen vooral online shoppen uit tijdsbesparing, besteden ze er toch nog zo’n 20% meer tijd aan dan mannen. De hele dag af en toe even windowshoppen via de computer kost natuurlijk toch ook tijd.
Met al die shoppende vrouwen zal het niet verbazen dat fashion al jaren een van de snelstgroeiende segmenten van online sales is. Wie dat 10 jaar geleden had voorspeld was voor gek verklaard. Wie toen had voorspeld dat vrouwen online een jurk van meer dan € 10.000 zouden kopen al zeker. Nu staat op Net-a-Porter.com een jurkje van Alexander McQueen van €17,650 gewoon naast een Cavalli van €11,375. En die worden ook nog verkocht. Het gemiddelde aankoopbedrag op Net-a-Porter is €500.
Voor wie zich afvraagt hoe Net-a-Porter dit in godsnaam voor elkaar krijgt: het geheim zit ‘m in de box. Je krijgt je spullen binnen in een prachtige zwarte doos die je gewoon niet weg kan gooien. Daaromheen zit een heel mooi lint. En de kleding zit dan weer ingepakt in een flanellen zak. Echt een cadeau voor de ongeveer 1000 vrouwen per dag die bij Net-a-Porter bestellen. Elke keer dat zo’n pakketje aankomt is het feest. En als het niet bevalt, dan stuur je het toch gewoon terug? Dat mag de pret niet drukken.
Net-a-Porter heeft inmiddels jarenlang enorme groeicijfers laten zien. De waarde werd onlangs geschat op € 535 miljoen - en dat voor een bedrijf dat pas 10 jaar bestaat. En Net-a-Porter is bepaald niet de enige. Online fashion shop Asos.com rapporteerde vorig jaar een omzet van € 252,5 miljoen en het Italiaanse Yoox € 214.3 miljoen. In eigen land timmert LaDress.com hard aan de weg met exclusieve jurkjes vanaf € 250. De tijden dat consumenten online niet veel geld durfden uit te geven zijn allang voorbij. Sterker nog, ze verwachten inmiddels dat alles online te koop is. Als ik iets wat ik nodig heb niet online kan bestellen, dan ben ik in ieder geval zwaar geirriteerd.
Deze column is ook verschenen in Tijdschrift voor Marketing.
Marianne van Leeuwen on June 28th 2011 in Digital media, Online shopping
Gaming is onvoorstelbaar groot geworden en het fenomeen groeit met de dag. Zo heeft de Facebook game Cityville, de opvolger van het al even succesvolle Farmville binnen 2 maanden al meer dan 100 miljoen gebruikers.
Cityville is een typisch voorbeeld van social gaming; een spelletje spelen samen met je vrienden. Vroeger, en dan bedoel ik de tijd voor het internet, was dat natuurlijk de essentie van een spel; je ging er samen voor om de tafel zitten. Maar in de digitale media is dit nieuws. Gamen was altijd iets dat je alleen met je computer deed. Vandaar ook het stereotype beeld van de gamer als 14 jarige nerd die met z’n blikje cola en z’n pizza hele nachten achter z’n beeldscherm zit.
Daar blijkt overigens helemaal niets van te kloppen; hardcore gamers zijn tegenwoordig een minderheid. De groei van het gamen zit ‘m vooral in casual games; eenvoudige spelletjes die je even snel tussendoor kan spelen en waar je niet eindeloos mee door hoeft.
Dat soort spelletjes wordt vooral gespeeld door vrouwen. Volgens Nielsen is inmiddels 64% van de online gamers vrouw. Vrouwen houden minder van games waarin je je eerst in moet verdiepen voordat je kan spelen. Ze spelen vooral quizzen en puzzels, dingen die je ‘voor de leuk’ doet en niet zozeer om te winnen. Vrouwen zijn namelijk meestal wat minder competitief dan mannen. Dankzij de opkomst van sociale netwerken kan je casual games nu ook samen met je vrienden spelen en gaat de verspreiding alleen maar sneller.
Simpele spelletjes kan je ook prima spelen op je mobiel - en dat wordt dan ook fanatiek gedaan. Sinds we allemaal aan de iPhone zijn speelt het merendeel van de smartphone bezitters wel eens spelletjes op de telefoon. En dat doen ze ook steeds vaker: 84% van de mobiele gamers speelt minstens een maal per week en 35% dagelijks. Sowieso zijn 37% van alle app downloads spelletjes.
Dat is goed nieuws voor de games industrie, want voor mobiele games wordt –in tegenstelling tot online- meestal betaald. De omzet van mobiele games is dan ook nu al groter dan die van console games. Zo staat de teller voor het succesvolle Angry Birds nu al op meer dan 75 miljoen downloads – en dan heb ik het niet eens over alle koffiemokken en dekbedden met vogeltjes die ook nog zijn verkocht. De volgende stap is het toevoegen van sociale elementen aan mobiele games. Angry Birds producent Rovio verwacht daarmee nog eens 100 miljoen games te kunnen verkopen.
Dat met social games goed geld verdiend kan worden is duidelijk. Voor 2011 wordt op dit vlak een miljard omzet verwacht, een stijging van van 28%. Zynga, het bedrijf achter Cityville en Farmville is niet voor niets onlangs gewaardeerd op 9 miljard dollar.
En de echte business opportunity zijn alweer de vrouwen. Ook als het gaat om mobiel gamen hebben vrouwen de overhand; ongeveer 55% van de mobiele gamers is vrouw (en dat is goed voor 65% van de opbrengsten). Vrouwen downloaden niet alleen apps voor zichzelf, maar ook voor hun kinderen. En alleen dat al kan aardig in de papieren lopen… Zo hadden mijn buren laatst ineens een iTunes rekening van €650. Dat bleken allemaal ‘in game purchases’ van hun zoon te zijn. Zelf had ik die feature ook lange tijd niet uitgezet. Wie weet wat Apple al aan mijn kinderen heeft verdiend…
Deze column is ook verschenen in Tijdschrift voor Marketing.
Berichtgeving over online media is vaak negatief; digitaal contact zou ten koste gaan van echte vriendschap, kinderen pesten elkaar via chatprogramma’s, gamers vereenzamen achter hun beeldscherm en zo zijn er nog wel wat bekende vooroordelen. Maar wie eens met een andere bril naar digitale media kijkt ontdekt verassend veel hartverwarmende initiatieven waarbij mensen elkaar proberen te helpen en ondersteunen.
Vanuit vakmatige interesse volg ik al jaren sites met een voornamelijk vrouwelijke doelgroep en steeds valt me op dat de commentaren op dergelijke sites een warm bad zijn, zeker de Amerikaanse. Neem bijvoorbeeld Rate my Space waar bezoekers commentaren geven op elkaars foto’s van hun huis of tuin – en die variëren van ‘This is AWESOME’ tot ‘Holy Cow…this is amazing! Truly a work of art’. Wel wat anders dan de verzuurde commentaren die we al jaren kennen van sites als Geen Stijl.
Hetzelfde kom je tegen op communities als SparkPeople, waar mensen elkaar kunnen ondersteunen in hun voornemens voor dieet en gezond leven:
‘I do know that you can lose those 5 pounds if you set your mind to it. You can do anything!!!’ Of op fashion community Polyvore, voornamelijk bezocht door jonge vrouwen; die staat bol van commentaren als: ‘You’ve got such cool sets dear! Love them! XOXO’, such a gorgeous outfit!, I Love It!!! Je wordt er helemaal blij van.
Vrouwen zijn van nature sterker gericht op sociale contacten dan mannen. Dat is te herleiden tot verschillen in de hersenen – bij vrouwen zijn de verschillende onderdelen meer verbonden. Hoe dan ook, vrouwen zijn veel gevoeliger voor hun sociale omgeving dan mannen en hechten daar meer belang aan.
En vrouwen willen ook beduidend vaker dan mannen iets goeds voor de wereld doen, of dat nu gaat om even helpen als luizenmoeder op school of om werken voor een charity organisatie. De laatste tijd hebben vrouwen duidelijk de overhand in social media en het is dus niet meer dan logisch dat we daar een enorme groei zien van initiatieven voor goede doelen. De meeste daarvan zijn gebaseerd op ‘transactional giving’: elke transactie die je doet draagt bij aan een goed doel. Interessant is het ‘one for one model’, waarbij voor elk gekocht product eenzelfde product gaat naar een minder bedeeld persoon. Dat kan voor allerlei producten: www.toms.com (schoenen), www.141eyewear.com (brillen) en http://www.blanketamerica.com (dekens). http://www.wearfigs.com (voor elke das een schooluniform aan een kind) en http://www.romaprovisions.com (rubberen laarzen).
Ook grote merken hebben inmiddels de cause related marketing via social media ontdekt. Zo gaf Pepsi vorig jaar $20 miljoen aan goede doelen via het Refresh Everything project. Pepsi verdiende daarmee al 3,272,764 likes op Facebook.
Warenhuisketen Kohls loofde voor 20 scholen een bedrag van $ 500.000 uit en liet mensen op Facebook stemmen. Met succes: er werden meer dan 12 miljoen stemmen uitgebracht en Kohls zelf had er in zes weken anderhalf miljoen Facebook fans bij.
Inmiddels zijn er ook sites die merken en goedgevige consumenten bij elkaar brengen. Op Goodtwo kan iedereen een fundraise pagina aanmaken en gebruik maken van deals die worden aangeboden door merken die zich hiermee willen associëren. www.dealgooder (leuk design trouwens) werkt volgens hetzelfde principe. 50% van de opbrengsten gaan naar een goed doel dat wordt gekozen door bezoekers van de site.
Social media maken het dus wel heel makkelijk om iets goeds te doen. Het internet wordt nog eens echt menselijk.
Deze column is ook verschenen in Tijdschrift voor Marketing.
Marianne van Leeuwen on May 3rd 2011 in Digital media
Vrouwen zijn socialer dan mannen. Zo praten ze veel meer dan mannen; zo’n 20.000 woorden per dag tegenover 7.000 woorden voor mannen. Of die getallen precies kloppen weet ik niet, maar het verschil is zo levensgroot dat je gerust kan zeggen dat vrouwen meer contact met anderen hebben dan mannen. En daarmee hebben ze in een paar jaar tijd het internet praktisch overgenomen. Vrouwen zijn namelijk oververtegenwoordigd op sociale netwerken. Hoe socialer het netwerk, hoe meer vrouwen. Voor de meeste vrouwen is social networking de belangrijkste activiteit op internet (ze besteden er zo’n 16% van hun tijd aan, tegenover 11% bij mannen). Bovendien zijn vrouwen actiever dan mannen op sociale netwerken.
Vrouwen shoppen ook meer dan mannen. En ook dat doen ze allang niet meer alleen in de echte wereld, maar ook heel fanatiek online. Vrouwen doen meer transacties online en geven meer uit dan mannen. En ze besteden ongeveer 20% meer tijd aan online shoppen dan mannen. En ook daarin vinden vrouwen het sociale aspect heel belangrijk; ze vertrouwen aanbevelingen van vrienden, maar zelfs van vreemden, veel eerder dan reclame van een merk. Veel mensen gebruiken dus al sociale netwerken bij aankoopbeslissingen.
De integratie van sociale netwerken in webshops wordt social shopping genoemd, een soort containerbegrip voor alle tools en diensten die de online retail omgeving socialer moeten maken. Wikipedia onderscheidt 4 categorieen:
1. groep-shopping sites als Groupon, Kaboodle en LivingSocial
2. shopping communities waar gelijkgestemden kunnen praten, delen en shoppen, bijvoorbeeld Stylefeeder en Polyvore.
3. advies van mede-shoppers zoals we dat al jaren kennen op Amazon
4. social shopping marktplaatsen die kopers en aanbieders bij elkaar brengen, bijvoorbeeld Etsy en Shoply.
De combinatie van social media en online shopping is precies wat vrouwen willen en het is dan ook niet vreemd dat de meeste van deze bedrijven heel hard groeien. Groupon heeft inmiddels zo’n 10 miljoen unieke bezoekers per maand (waarvan 67% vrouw) en Polyvore, een fashion community, meer dan 4 miljoen unieke bezoekers en 150 miljoen pageviews per maand, bijna uitsluitend jonge vrouwen. En daarmee zien we een heel nieuw fenomeen op internet: startups die meteen de massa (van vrouwen) bedienen in plaats van de hele cyclus afwerken van early adaptors (vrijwel uitsluitend mannen), early majority etc. Het internet is nu een massa medium en het bestaan van deze nieuwe concepten gaat helemaal langs de vroegere early adaptors heen.
Dat betekent dus dat de ‘ouderwetse’ start ups het anders moeten gaan aanpakken. In de tech hoek is ook van alles ontwikkeld voor social shopping. Bijvoorbeeld social scanning (scan de barcode van een product met je mobiel en vermeld er meteen bij wat je ervan vindt, bv Myshopanion, Stickybits). Ook zijn er geavanceerde tools voor augmented reality (oa virtuele paskamers waar je kleding op je lichaam kan projecteren) en browser plugins waarmee je meteen kan zien wat anderen zeggen over een product dat je aan het bekijken bent (Glue).
Ik vraag me af hoe snel dit soort tools worden opgepikt door vrouwen. Als je er te veel voor moet doen, bijvoorbeeld software downloaden of instellingen regelen, dan vinden de meeste vrouwen het al een stuk minder leuk. En als het er dan ook nog heel techie uitziet in plaats van mooi vormgegeven, dan schrikt dat al helemaal af.
Het gaat hier namelijk niet om technologie, maar om gebruik. En daarom geloof ik ook dat juist de meest geavanceerde tools voor social shopping nog een lange weg te gaan hebben.
Hoe dan ook: shoppen op internet wordt alleen maar socialer en leuker. Binnenkort is het web net een gewone winkelstraat. O ja, en daar is meestal 90% van de kopers vrouw.
Deze column is ook verschenen in Tijdschrift voor Marketing.
Leuke actie van Ikea voor de opening van de eerste winkel in New York: door de hele stad doken ineens grote kartonnen dozen op waarin hele Ikea interieurs te zien waren. Kartonnen appartementen dus. Hier zie je er een op Cadman Plaza.
Verder werden enorme sculpturen geplaatst in de vorm van typisch New Yorkse dingen zoals het Empire State Building of Brooklyn Bridge, ook al van karton. Voor sommige daarvan waren meer dan 1000 kartonnen dozen nodig.
Op internet reageren de meeste mensen heel positief op de actie, maar uiteraard zitten er ook weer de nodige kritische commentaren tussen. Bijvoorbeeld deze: ” Ikea’s great and all, but it’s frustrating to shop in a store where bedspreads are called “Dahlbrugg” and bookshelves “Lenkii” or some such thing, instead of being labelled what they are.”
Maar ook serieuzere klachten als zorgen over weekendfiles in de buurt van de winkel. Dit geeft maar weer eens aan dat je als adverteerder niet kunt verwachten dat mensen zich in hun discussie uitsluitend beperken tot die leuke campagne die jij net hebt georganiseerd. Consumenten, en met name vrouwen, hebben een soort holistische kijk op de zaak en nemen alle dingen die ze ooit over een merk hebben gehoord mee in de discussie. Voor merken betekent dat een heel andere houding ten opzichte van consumenten: niet alleen maar leuk zijn aan de marketing kant en vervolgens die klant maar vervelend vinden als hij of zij ineens service vraagt.
Justien Marseille zei hier vorige week iets interessants over tijdens het minicongres van de VEA What women want. Haar lezing ging over de feminisering van de wereld en daarin past volgens haar ook een andere houding van bedrijven. Tot nu toe gaat het bedrijven alleen maar om het moment van de verkoop, maar het zou veel meer moeten gaan om het aangaan van een relatie met een consument. Dat is typisch iets dat bij vrouwen goed aanslaat.
Het oude paradigma van ‘hard selling’ is inderdaad heel erg verouderd. Eigenlijk is het heel vreemd toch, al die bedrijven die zo hard hun best doen om je binnen te krijgen als klant, om je dan vervolgens te behandelen als een soort vervelend insect. Helaas is dat nog wel dagelijkse praktijk. En dat is niet de meest succesvolle aanpak als je vrouwen wilt bereiken.
Marianne van Leeuwen on June 19th 2008 in Cases, Digital media
|