Archive for the 'Female marketing' Category
We zitten midden in de recessie. Toch is onmiskenbaar een nieuwe internetbubble in de maak; de waarderingen van online bedrijven gaan door het dak.
Facebook kocht onlangs Instagram voor 1 miljard dollar. Niet slecht voor een bedrijf van 13 mensen dat pas 2 jaar bestaat en nog geen inkomsten heeft. Maar goed, voor Facebook is het maar 1% van de verwachte waardering voor hun eigen beursgang. En Instagram heeft in zijn korte bestaan meer dan 30 miljoen gebruikers weten aan te trekken.
Nog zo’n verhaal is Drawsomething, dat werd verkocht aan Zynga, bekend van de spelletjes op Facebook. Voor $210 miljoen ($180 miljoen plus een $30 miljoen earn out). Niet veel? Wel veel voor een bedrijf dat pas 6 weken bestond. Drawsomething is dan ook het snelst groeiende mobiele spelletje ever. Binnen 5 weken was het het grootste spel op Facebook. In 50 dagen is het 50 miljoen keer gedownload. Op piekmomenten worden meer dan 3.000 tekeningen per seconde gemaakt. Inmiddels zijn in totaal al meer dan 6 miljard tekeningen gemaakt.
Eerlijk gezegd is Drawsomething allesbehalve spectaculair. Maar je moet wel je vrienden uitnodigen om het te kunnen spelen en daarmee verspreid het snel. Draw something is een duidelijk voorbeeld van een social game. Je kan niet winnen, het is puur tijdverdrijf. En niets groeit zo hard als social games. De driver achter die groei zijn vrouwen. Dat vrouwen veel gamen is inmiddels geen nieuws meer, maar onlangs werd bekend dat dit ook voor mobiele spelletjes geldt. Vrouwen besteden daar steeds meer tijd aan; 27% van de vrouwen boven de 30 speelt meer dan 3 uur per dag spelletjes via de mobiel. Bij mannen is maar 18% zo fanatiek. De helft van de vrouwen geeft aan meer te spelen dan vorig jaar. Vrouwen van 25 tot 34 geven bijna twee keer zo veel geld uit aan mobile games dan mannen.
In casual en mobile gaming maken vrouwen dus de dienst uit. Aan hen hebben we de nieuwe internethype te danken. Of deze bubble binnenkort ook uiteenspat? Misschien dit keer niet. Omdat we inmiddels gewend zijn te betalen voor digitale content en diensten. Maar vooral omdat vrouwen dit keer ook aan boord zijn.
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
Ik heb onlangs een boek uitgebracht -na een martelgang van twee jaar, maar dat terzijde. De titel is: Mag het ietsje minder roze? Waarom? Omdat ik roze producten of producten met een grote roze strik eromheen vaak vooral een belediging vind voor volwassen vrouwen. Meisjes van zeven vinden dat leuk, maar als je eenmaal volwassen bent dan heb je als vrouw je neus wel vol van al dat roze: racefietsen, scheermesjes, hardloopschoenen, smartphones, er is heel veel roze op de markt, Er zijn zelfs roze varianten van computers, gereedschap en navigatiesystemen. Zo van: dan weten die vrouwen meteen welke speciaal voor hun bedoeld is.
Die roze producten staan voor een vorm van marketing waar vrouwen vooral behandeld worden als andere wezens. Nou is dat soms natuurlijk wel handig. Voor getailleerde sportkleding bijvoorbeeld, zodat je als vrouw niet meer in een soort soepjurk op het sportveld hoeft te verschijnen. Of voor een kleinere grip van je tennisracket, zodat je hand er omheen past. Maar een computer bijvoorbeeld, zal een vrouw niet anders gebruiken dan een man. Roze marketing wordt dan een kosmetisch laagje om het vrouwenoog te behagen. En dat wekt vaak wrevel, zoals Dell merkte na de lancering van schattig gekleurde Della laptops voor vrouwen - compleet met technische tips over hoe je calorieën te tellen en recepten op te slaan…
Natuurlijk zijn er nog altijd vrouwen die blij zijn met een roze telefoon. Maar dat is een miche. De meesten voelen zich niet zo serieus genomen als klant. En dat terwijl er geen grotere business opportunity te vinden is als vrouwen. De economische macht van vrouwen neemt snel toe, en dat geldt voor de hele wereld. Volgens BCG beïnvloeden vrouwen wereldwijd 64% van de aankoopbeslissingen (12 miljard van de in totaal 18,4 miljard dollar aan bestedingen). En dat wordt alleen maar meer.
Dat begint bij scholing; inmiddels studeren in Nederland meer vrouwen dan mannen af. In 2009 studeerden 57% vrouwen aan het HBO en 55% af aan de universiteit, in 1991 was dat respectievelijk 49% en 42%, een enorme toename in korte tijd. Datzelfde beeld zien we in andere westerse landen.
Meer scholing betekent ook meer inkomen. In Nederland gaat dat nog niet zo hard omdat veel vrouwen hier in deeltijd werken (70% van de werkende vrouwen werkt minder dan 30 uur per week), maar ook hier zijn steeds meer vrouwen economisch zelfstandig. Bij 1 op de 7 jonge stellen verdienen vrouwen inmiddels meer dan hun partner. Bovendien bepalen vrouwen vaak ook waar het inkomen van haar partner aan wordt besteed. En dat geldt niet alleen voor typische vrouwenproducten als beauty en fashion, maar ook voor categorieën waar niemand dat had verwacht. Klusproducten bijvoorbeeld, of financiele producten, auto’s, huizen, vakanties. Je kan geen categorie bedenken waar vrouwen niet de belangrijkste beslissers zijn.
Daar komt nog bij dat er steeds meer single vrouwen zijn (volgens het CBS zijn dat er inmiddels 1,35 miljoen in Nederland). Steeds meer vrouwen beslissen over hun eigen geld en kunnen ook al dat geld aan zichzelf uitgeven.
Maar vrouwen zijn ontevreden. Ze vinden dat merken er niet voor hen zijn. Vrouwen hebben het tegenwoordig vreselijk druk. Ze zijn dan wel gaan werken, maar ze doen nog net zo goed het huishouden. En ze willen dus dat merken hen het leven wat makkelijker maken. Ze willen praktische oplossingen en echte aandacht. Dat is wat anders dan een roze strik om een scheerapparaat met bloemetjes. Vrouwen bereiken vereist van alles een beetje meer; meer inlevingsvermogen, meer aandacht voor detail, meer service, meer relatie met je klant. Merken die daarop letten ontdekken dat het werkt. Met een beetje meer aandacht en service bouw je een schare van vrouwelijke fans, die hun goede ervaringen graag weer delen met hun vriendinnen, nichtje, buurvrouw en collega’s. Dus: mag het ietsje meer zijn?
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
Marianne van Leeuwen on December 16th 2011 in Books, Female marketing, Marketing to women
Was je vroeger al gelukkig met een fotootje op een website, tegenwoordig ligt dat heel anders. Met de toename van breedband wordt video kijken voor steeds meer mensen mogelijk. Op Youtube worden inmiddels twee miljard filmpjes per dag gekeken. Het maken daarvan is allang niet meer voorbehouden aan professionals, zelfs kinderen kunnen tegenwoordig hun eigen videootjes uploaden. En dus wordt elke minuut voor 48 uur aan videomateriaal op Youtube gezet. Video is sowieso tegenwoordig de belangrijkste bezigheid op internet, zelfs groter dan sociaal netwerken. En dat geldt voor alle leeftijdsgroepen. Volgens Nielsen groeit online video elk jaar met 10%. Mobiel draagt daar sterk aan bij.
Maar de grootste drivers van die groei zijn…. vrouwen van 25 tot 44 jaar. Vrouwen hebben – net als bij de adoptie van internet – even gewacht voordat ze online video gingen kijken, maar zijn er nu echt aan verslingerd. Net als aan sociale netwerken. Vandaar dat de helft van de video’s die vrouwen kijken op sociale media platforms staan. Dat is 11% meer dan mannen. Vrouwen laten zich dus vooral inspireren door anderen in de keuze van een filmpje dat ze bekijken.
Maar wat kijken vrouwen dan zoal online? Vooral entertainment. En dan liefst iets vrolijks; vrouwen blijken een voorkeur te hebben voor ‘blije video’s’: een schattige pianospelende kat, iets leuks of gewoon grappige situaties. Waarschijnlijk is dat omdat vrouwen het tegenwoordig chronisch druk hebben. Even tussendoor een online videootje kijken werkt goed als ontspanning. Daarvoor werkt mainstream media content kennelijk het best. Mannen zijn meer van de user generated content, vrouwen doen daar minder aan.
Nuttige content wordt ook goed bekeken. Vandaar dat sites als Videojug ongekend populair zijn. Je vindt daar onder het motto ‘Get good at life’ meer dan 60.000 how to filmpjes, van ‘how to remove armpit hair’ tot how to treat your child’s earache? how to fix a broken nail? Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een instructievideo voor.
Ook voor recepten barst het natuurlijk van de online video’s. iPad in de keuken en je bent klaar, een stuk handiger dan dat gehannes met geprinte recepten.
Volgens Nielsen ‘snacken’ vrouwen gedurende de dag verschillende online videofragmenten. Vrouwen die werken kijken evenveel als vrouwen die thuis zijn. En bij beide groepen verandert de houding in de loop van de dag; ’s morgens wordt gericht gezocht naar bijvoorbeeld nieuws en wordt efficiënt gekeken. Door de dag heen is er meer aandacht voor functionele video’s en voor entertainment: how to’s, video’s op online shopping sites en games worden af en toe en door elkaar heen bekeken. Aan het eind van de dag, als de fut er een beetje uit raakt, zijn vrouwen vooral in voor video’s die inspiratie geven. Als het maar kort en leuk is. Dat geldt helemaal voor kijken op de mobiel.
1 op de 10 gebruikers van een smartphone doet dat nu al (en verstookt daar naar schatting 38% van het totale datavolume op mobiele netwerken mee…). De meeste filmpjes die worden opgevraagd zijn rond de 5 minuten. Daarvan wordt meestal niet meer dan een minuut bekeken. Dat valt qua tijd nog mee dus. Maar wat als we nu ook nog gaan videochatten? Dan explodeert het gebruik van video pas echt. Apple heeft nu al standaard 2 camera’s ingebouwd in de iPhone en de iPad; 1 om mee te filmen en 1 voor videochat. Want als je kan bellen met beeld erbij, waarom zou je dan nog genoegen nemen met alleen een stem? En als vrouwen dan hun reputatie van langpraters hooghouden, dan worden ze de echte kampioenen van online video!
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.
De tendens in de retail is onmiskenbaar: er zit weinig groei in de bricks, maar online des te meer. Het aandeel van online retail groeit hard. En de grootste driver van die groei zijn… vrouwen. Voor webshops zijn vrouwen dus een belangrijke groep om rekening mee te houden. Toch gebeurt dat nog niet vaak. De meeste webshops hebben jarenlang een vooral mannelijk publiek bediend. Bovendien zijn ze bijna altijd gemaakt door mannelijke programmeurs. Maar vrouwen shoppen online heel anders dan mannen.
Uit een uitgebreid onderzoek van Comscore blijkt dat mannen online heel doelgericht te werk gaan; ze zoeken een bepaald product en laten zich daar niet van afleiden. Mannen voelen zich in de bestaande online shops als een vis in het water. Alles is lekker efficient ingericht en als consument ben je machtig, namelijk goed geïnformeerd over product en prijs.
Vrouwen gaan meestal heel anders te werk. Die laten zich graag afleiden en breiden hun shop-missie continu uit. Op zoek naar een digitale camera kan je toch net zo goed even tussendoor een paar mooie laarzen bekijken? Ook moet er soms snel wat geregeld worden; wie haalt de kinderen op of wat gaan we dit weekend eigenlijk doen? Al die afleiding brengt vrouwen echter niet van hun missie af. Hun lijstje dijt steeds verder uit. Toch komen ze via allerlei omwegen steeds terug bij het oorspronkelijke doel.
Webshops die vrouwen willen bedienen moeten dus berekend zijn op die omwegen en afleiding. Hoe doe je dat?
Een ‘net bekeken lijstje’ kan van grote waarde zijn voor vrouwen. Daarmee kunnen ze makkelijker weer instappen na een omweggetje.
Makkelijk switchen tussen categorie overzichten en productpagina’s helpt ook, net als een hele overzichtelijke productpagina. Vrouwen houden er namelijk van om de productinformatie te scannen, terwijl mannen zich graag helemaal in de informatie ingraven. Vrouwen willen liefst in één oogopslag zien wat er nog meer te koop is binnen die categorie. Zoek je een leuk t-shirt, dan wil je meteen alle t-shirts zien.
Vrouwen zijn dus echte browsers. Ze zoeken niet gericht, maar laten zich graag inspireren om verder te klikken naar dingen die ze leuk of interessant vinden. Al browsend kom je steeds nieuwe content tegen en klik je van het een naar het ander. Dit is uiteraard wel een hobby die veel tijd kost, maar zo kom je wel veel leuke dingen tegen.
Helaas voor vrouwen zijn de meeste websites niet ingericht op browsen, maar vooral op zoeken. Met een zoekveld (wat het overigens meestal niet eens goed doet) en vaak eindeloze filternavigatie waarmee je tot in de puntjes kan preciseren wat je wilt. Maar om te kunnen zoeken moet je van tevoren al heel goed kunnen omschrijven waarom het gaat. Voor mensen die dat niet zo goed weten is de zoekfunctie één grote black box, waarvan ze nog maar moeten afwachten wat eruit komt. En het grootste deel van de mensen heeft bij het shoppen nu eenmaal geen duidelijk omschreven beeld van wat ze zoeken. Browsen kan dan uitkomst bieden. Je kan er je bezoekers mee inspireren en nieuwe dingen laten ontdekken.
Bij Amazon zie je het effect daarvan. Je komt voor 1 boek en je eindigt er met 10 in je winkelwagen. Al browsend ben je van alles tegengekomen, ook dingen waarvan je nog nooit had gehoord. Andere goede voorbeelden zijn Shopstyle, waar je kan browsen door het mode aanbod van ontelbare online shops en Like.com (onlangs overgenomen door Google), met ook allerlei browse mogelijkheden, vooral voor mode. Maar inspiratie werkt natuurlijk ook op andere gebieden. Muziek bijvoorbeeld. Pandora laat je nieuwe muziek kan ontdekken - inmiddels helaas alleen nog als je in de VS woont. Allemaal een stuk minder saai dan een zoekveldje intypen of allerlei filters instellen. Hopelijk is er binnenkort veel meer te browsen.
Deze column is ook gepubliceerd in Tijdschrift voor Marketing.

Milieuvriendelijke kleding, bijvoorbeeld gemaakt van biologisch katoen, wordt steeds populairder. Kleine, gespecialiseerde winkels verkochten dit al langer, maar ook grotere zaken als Hema en H&M hebben inmiddels ecologische lijnen in hun assortiment opgenomen.
Afgelopen donderdag 19 november introduceerde de Nederlandse ontwerpster Berber Soepboer door haar ontworpen cradle-to-cradle mode. In opdracht van het Nederlandse onderzoek & adviesbureau Refinity, een collectie gemakkelijk aanpasbare kleding.
De cradle-to-cradle kleding bestaat uit een wollen jurk en rok van uitgesneden stukken, die je kunt bevestigen met een klik- en vouwsysteem. De kleding kan op verschillende manieren gedragen worden. De vele kleine vierkantjes of driehoekjes geven de kleding een mozaïekachtige uitstraling. De stukjes zijn los van elkaar van de jurk af te halen, dus ze kunnen ook worden gewassen of vervangen. Het idee achter het concept is dat je door de talloze outfits die je met deze kledingstukken kunt maken, je minder andere kleren nodig hebt. Ook is er geen draad meer nodig om alles aan elkaar te naaien, net zo min als drukkers, klittenband en ritsen. Dat is allemaal beter voor het milieu en dus is de cradle-to-cradle kleding ook eco-vriendelijk.
De term cradle to cradle refereert aan het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things dat in 2002 gepubliceerd werd door William McDonough en Michael Braungart. Volgens de cradle to cradle (C2C) visie houdt de huidige generatie rekening met toekomstige generaties door ‘afval’ op nieuwe manieren te gebruiken en hiermee in plaats van ‘minder slecht’, ‘goed te zijn’. Er wordt dan ook gesproken over upcycling -waarbij het product dat hergebruikt minimaal z’n oude waarde terugkrijgt en liever nog meer- in plaats van downcycling, wat nu vooral gebeurt. Zie de website voor meer informatie.
Het cradle to cradle kledingstuk ziet er mooi uit en het concept is zeker iets wat vrouwen zal aanspreken. Veel vrouwen houden van mode, maar maken zich tegelijkertijd zorgen om het milieu. Wel vraag ik me af of vrouwen werkelijk minder kleding zullen kopen wanneer ze dit cradle to cradle kledingstuk zullen aanschaffen, maar het is in ieder geval een leuk en goed initiatief!
Lees het volledige artikel op Styletoday.nl
Lees meer over Eco-fashion op Ecofashionworld en Environment

Op Advertising Age las ik een interessant artikel van Mary Lou Quinlan (auteur van; Just Ask a Women) genaamd “Women’s Hidden Holiday-Shopping Secrets Revealed”
Retailers hopen op een meevaller in sales tijdens inkopen voor de feestdagen. Deze hoop is gevestigd op vrouwen: “they remain at the mercy of those whose wallets matter most; women, the power shoppers who always make or break the holiday.” Om achter de beweegredenen van vrouwen te komen om te shoppen voor de feestdagen voerde Quinlan onderzoek uit onder 2000 respondenten. Ze hanteerde hierbij begrippen als ‘hele waarheid’ en ‘halve waarheid’.
Uit het onderzoek bleek dat:
1.1 Halve waarheid: Retailers sporen het koopgedraag aan, waardoor sommige vrouwen op het laatst toch nog veel aankopen doen voor de feestdagen.
1.2 Hele waarheid:49 procent van de vrouwen gaf aan dat ze door de recessie minder extra aankopen zullen doen naast de aankopen die ze al gedaan hebben.
2.1Halve waarheid: Volgens 61 procent van de vrouwen zou de recessie geen invloed moeten hebben op het geven van cadeautjes tijdens de feestdagen.
2.2 Hele waarheid: 80 procent van de vrouwen is van plan dit jaar minder uit te geven aan cadeautjes tijdens de feestdagen. 80 procent zal dit jaar minder uitgeven aan cadeautjes tijdens de feestdagen. Hoewel de vrouwen de traditie graag in ere houden, en de kinderen nog steeds wel cadeautjes zullen krijgen, wordt er dit jaar bezuinigd op cadeautjes voor volwassenen (partner en familieleden).
3.1 Halve waarheid: De vrouwen geven allemaal graag cadeautjes die tonen dat ze om de ander geven.
3.2 Hele waarheid: Ondanks bovenstaand punt willen de vrouwen niet veel geld uitgeven aan deze cadeaus. 29 procent van de vrouwen met een inkomen tussen de 50.000 en 100.000 dollar geeft aan niet de volle prijs te willen betalen voor een product. 43 procent van de groep geeft aan alleen aankopen te doen met contant geld om extra uitgaven te beperken.
4.1 Halve waarheid: 81 procent zegt dat ze graag attente (passende) cadeaus geeft.
4.2 Hele waarheid: Zeker 1 op de 4 vrouwen geven graag cadeaubonnen vanwege het gemak (hoeft niet geruild te worden en kost weinig moeite om mee te nemen).
5.1 Halve waarheid: De vrouwen zeiden het zat te zijn om te bezuinigen en te sparen en dit jaar tijdens de feestdagen veel geld uit te gaan geven.
5.2 Hele waarheid: Hoewel 91 procent van de vrouwen het met bovenstaande stelling niet eens was, verwacht Quinlan samen met Marshal Cohen dat de vrouwen zichzelf toch zullen verwennen met cadeautjes tijdens de feestdagen: “After a year of denial and an avalanche of friends-and-family offers, women will find a way to treat themselves along the way, even if it’s under de guise of choosing their own presents so their families won’t screw up.”
Ik ben erg benieuwd naar het shopgedrag van Nederlandse vrouwen voor de aankomende feestdagen….Zullen zij door de recessie de hand op de knip houden, of vinden ze dat hun gezin, familie en zijzelf wel een extraatje verdiend hebben met Sinterklaas en/of kerst?

In September 2005 introduceerde Macy’s voor het eerst de Path to Peace manden uit het Path to Peace project, geweven door Rwandese vrouwen, veelal nabestaanden (weduwen) van de burgeroorlog uit 1994. De collectie van gewoven manden was alleen online beschikbaar en bestond uit alle manden die de weefsters in dat jaar konden weven. Hoewel de collectie klein was, werd deze bijzonder enthousiast ontvangen en was hij al snel uitverkocht. Dit trok nationale media-aandacht en –nog veel belangrijker- leverde de Rwandese vrouwen –die nog nooit geld hadden verdiend- een inkomen.

Tegenwoordig is het Path to Peace project enorm groot. Duizenden weefsters zijn verzekerd van werk en inkomen, waarmee het project een duurzame oplossing biedt voor de Rwandese vrouwen. Ze krijgen de kans om hun traditie om te zetten naar werk waar ze een eigen inkomen mee verdienen.
Het Path to Peace project verbetert ook de gezondheid van de vrouwen; dorpen hebben toegang tot schoon drinkwater, ofwel gereinigd met speciale tabletten ofwel te koop in flessen. Ze gebruiken klamboe’s die de kans op de dodelijke ziekte Malaria verkleinen en families kunnen zich verzekeren tegen medische ongevallen en ziekte. Verder hebben de vrouwen geld voor medicatie en gezonde voeding. Daarnaast worden ze niet langer gestigmatiseerd, maar gerespecteerd door hun omgeving, omdat ze een inkomen verdienen.
Tenslotte zorgt het inkomen van de weefsters voor een beter leven voor tot nu toe 18.000 kinderen, die nu naar school kunnen en voldoende eten, kleding, schoolspullen en medische zorg krijgen.

Op de website van Macy’s wordt een apart onderdeel gewijd aan het Path to Piece project. Naast informatie over het project zijn er brieven ingescand die de Rwandese weefsters gestuurd hebben als dank voor het werk dat ze hebben door de oprichting van het project. Hierdoor krijgen de vrouwen een gezicht. Het project wordt menselijk gemaakt en bezoekers van de webshop van Macy’s zien waar hun geld naartoe gaat wanneer zee en product kopen.

In een ander onderdeel van de website staan quotes van klanten die een mand gekocht hebben. Ze vertellen bijvoorbeeld hoe mooi de mand is, waar ze hem voor gebruiken en hoe hij hun leven heeft veranderd. Hierdoor ontstaat er een soort interactie, zowel tussen de de weefsters en de klanten, als tussen klanten en potentiele klanten. Mensen spreken hun gevoelens uit en worden door elkaar geinspireerd.

Tenslotte kunnen bezoekers naast het online delen- of lezen van ervaringen op de website de site ook nog doorsturen per E-mail of Twitter, kan een link naar de site verstuurd worden naar een mobiele telefoon, Livejournal, Blogger en Blogit en is het project aanwezig op Facebook.
Dit project is qua marketing to women bijzonder geslaagd vanwege een aantal zaken:
-mensen (Rwandese vrouwen) staan centraal;
-klanten van Macy’s deze vrouwen kunnen steunen door een product te kopen voor zichzelf of voor iemand anders;
-vrouwen door elkaar worden geinspireerd;
-er een conversatie ontstaat tussen de vrouwen, over de vrouwen en over het project van Macy’s.

Albert Heijn introduceerde eind mei 2009 de Puur en Eerlijk lijn in Nederland. De lijn is opgebouwd uit vijf verschillende categorieën: AH puur&eerlijk biologisch, fairtrade, duurzame vangst, scharrel en ecologisch.
Nu zijn scharreleieren, biologisch geteelde groenten en scharrelvlees inmiddels wel bekend bij het gros van de Nederlandse bevolking, maar Albert Heijn laat het daar niet bij. Ze verkopen namelijk ook Fairtrade bloemen.
Op de verpakking van een bos trosanjers staat een foto van Christine Chep ‘ngeno, een mooie, lachende Afrikaanse vrouw met een bos anjers in haar armen. Ze werkt op een bloemenplantage in Kenia. Haar vier kinderen gaan naar een school die is opgezet door steun van Fairtrade. Bij de bos anjers zit ook een met de hand geregen kralenarmbandje. Op het bijbehorende kaartje is te lezen dat dit armbandje is gemaakt door de Borana stam uit Kenia met een foto van twee jonge Afrikaanse vrouwen en een beschrijving van hun leven, hun verantwoordelijkheden en hun wensen. Met het maken van de sieraden krijgt de 14 jarige Saadia Guyo de kans om voor haar zieke moeder en haar zes broertjes en zusjes te zorgen. Naast een eigen inkomen krijgt ze met het maken van de sieraden de kans om een gevoel van trots voor haar cultuur te behouden.
Albert Heijn is als eerste landelijke supermarktketen gestart met de verkoop van Fairtrade-bloemen in vestigingen met een bloemenafdeling. De Fairtrade-bloemen, trosanjers, zijn afkomstig uit Afrika en dragen het Max Havelaar-keurmerk voor Fairtrade als bevestiging dat ze onder Fairtrade-voorwaarden zijn verhandeld. 35 procent van de verkochte bloemen op de Nederlandse markt wordt geïmporteerd uit landen buiten Europa. Van alle trosanjers die verkrijgbaar zijn in Nederland, is het grootste deel afkomstig uit Afrika of Midden- en Zuid-Amerika. In veel van deze landen ontbreekt een sociaal of economisch vangnet voor kleine boeren of arbeiders. Doordat deze groepen de zwakste schakel in de handelsketen vormen, leven zij vaak in armoede, hebben zij nauwelijks rechten of moeten zij roofbouw plegen op hun omgeving. Het Fairtrade-systeem doet daar wat aan. Dankzij een ontwikkelingspremie kan er worden geïnvesteerd in betere arbeidsomstandigheden en het milieu, en kunnen arbeiders hun toekomst in eigen hand nemen.
Door Fairtrade bloemen aan te bieden krijgen Nederlandse vrouwen de kans om bij te dragen aan een betere wereld. De verhalen en foto’s op de verpakking van de bloemen en het armbandje zijn bijzonder aansprekend en geven een beeld van het leven van de Afrikaanse vrouwen. Dit gebeurt niet door medelijden om te wekken, maar juist door te laten zien wat Fairtrade voor deze vrouwen betekent. Door de bloemen te kopen draag je bij aan educatie van de kinderen van Christine Chep ‘ngo of aan de verzorging van de moeder van Saaida en daar zit mijns inziens de kracht van deze geslaagde verbeelding van Corporate Halo: consumenten worden op een persoonlijke wijze betrokken bij de levens van de mensen die ze steunen. Er wordt emotie getoond en het menselijke aspect wordt benadrukt.
Leontien van de Burgt on October 23rd 2009 in Cases, Female marketing, Marketing to women, Uncategorized

Afgelopen week las ik op Advertising Age een interessant artikel over een erg leuke manier van cosmeticaproducent Estee Lauder om het merk te profileren binnen social media.
Estee Lauder biedt klanten in warenhuizen een gratis make-over aan. De klanten worden direct op de foto gezet en deze foto kunnen ze gebruiken als profielfoto voor hun blog, website of social media-profielpagina. De klanten krijgen de foto in print mee en per e-mail opgestuurd.
Vanaf 16 oktober zullen vrouwen in New York, Miami en Chicago gebruik kunnen maken van deze service in de warenhuizen Macy’s, Bloomingdale’s en Saks.
Tot nu toe kregen klanten vaak een attentie (bijvoorbeeld een toilettasje) wanneer ze voor een bepaald bedrag aan producten kochten, maar deze service biedt Estee Lauder gratis aan. In ruil hiervoor hoopt Estee Lauder op veel gratis publiciteit; naast de mond-tot-mond-reclame is het logo van het merk zichtbaar op de achtergrond van de foto’s.
De doelgroep van Estee Lauder zijn vrouwen tussen de 35 en 55 jaar. Door deze actie hoopt het merk meer bekendheid te verwerven onder jongere vrouwen. Daarnaast benadrukken ze de actieve rol die oudere vrouwen spelen op het gebied van social media.
Ik vind dit een erg sympathieke actie van Estee Lauder. Een mooie foto is toch je visitekaartje op een social mediasite of blog.
Social media is enorm populair onder vrouwen (zie onder andere het artikel op Secondsight, en het artikel op DutchCowgirls over vrouwen en social media) en Estee Lauder springt hier goed op in door vrouwen een service aan te bieden die hen helpt zich online te profileren.
Nu maar afwachten wanneer we in Nederland op de foto mogen….

Leontien van de Burgt on October 22nd 2009 in Cases, Female marketing, Marketing to women, Uncategorized

Vandaag las ik over het bestaan van Ziezo, een klusmagazine van Karwei, speciaal voor vrouwen. Toegegeven; dit is geen echt nieuwsbericht, aangezien het gaat om een blad dat al een jaar bestaat. Toch wil ik hier wel even aandacht aan besteden, omdat ik het een erg leuk initiatief vind dat bovendien goed is uitgevoerd.

‘Ziezo’ bevat tips voor vrouwen om eenvoudig zelf te klussen. Alle klussen worden in maximaal zes stappen uitgelegd en zijn voorzien van foto’s. Elke klus is bovendien voorzien van een boodschappenlijstje en een stappenplan. Het magazine krijgt telkens een hoofdthema, afhankelijk van het seizoen. De lay-out is aantrekkelijk vormgegeven en de stijl van het blad doet denken aan een echt magazine.

Naast klussen is er aandacht voor woontrends, interieurtips en persoonlijke verhalen en interviews. Het magazine is gratis op te halen in de Karwei filialen. Ook aan de vrouwen die niet in de buurt van een filiaal van Karwei wonen, is gedacht; op de website kunnen alle verschenen exemplaren online worden ingezien. Het magazine is een zeer geslaagde manier van marketing voor vrouwen, omdat het voor vrouwen klussen makkelijk maakt, zonder te betuttelen. Bovendien is het een aantrekkelijk magazine met aandacht voor de vrouw achter de klussen, en aandacht voor context (woontrends, nieuwe producten etc.).

Leontien van de Burgt on October 22nd 2009 in Cases, Female marketing, Marketing to women
|